Week van de Stad


Binnenstad: Geen tuin, toch zeer gewild

Thema Publicaties  - 4 november 2016

Stadsplanners lieten de ontwikkeling tussen Keizers- en Prinsengracht ooit op hun beloop. De tuinen werden helemaal volgebouwd. En juist dit stuk is nu het meest gewilde van de hele stad.

Het kan raar lopen. De Felix Meritisbuurt – bij de meeste mensen beter bekend als de Negen Straatjes – was oorspronkelijk het armste stuk van de grachtengordel. Uitgerekend hier zijn prijzen per vierkante meter tegenwoordig het hoogste van de hele stad, hoger zelfs dan in de Gouden Bocht. Dat zou wel eens kunnen komen doordat hier van oudsher minder strikte regels gelden.

De grachtengordel werd niet in een keer aangelegd, de westkant was het eerst aan de beurt. Vanaf het begin was het de ambitie om een rijk en eerbiedwaardig deel aan de stad toe te voegen. In een ‘keur’ werd vastgelegd dat overlast veroorzakende bedrijven niet welkom waren en dat er diepe tuinen moesten komen. Maar ja, begin zeventiende eeuw was het nog niet zeker of er wel voldoende vraag zou zijn naar zulke percelen. En dus golden die eisen alleen voor de blokken tussen de Heren- en Keizersgracht. De derde, de Prinsengracht, was een werkgracht, daar lieten de stadsplanners de ontwikkeling op hun beloop. Hier mocht je zelfs ‘smaldelen’: haaks op de gracht een steeg aanleggen met daaraan kleine huisjes. De tuinen mocht je gewoon helemaal volbouwen. Dat alles gold vooral aan de westkant van de stad, de latere oostelijke uitbreiding bestond bijna geheel uit keurblokken, waarvoor strenge regels golden.

In de niet-kleurblokken konden projectontwikkelaars avant la lettre dus hun gang gaan. Neem het bouwblok waar het pand van Felix Meritis staat, dat de buurt zijn naam geeft. Het is 161 meter lang en 93 beter breed en ligt tussen de Prinsen- en Keizersgracht en het wordt aan de noordzijde begrensd door de Berenstraat en aan de zuidzijde door de Runstraat. Op luchtfoto’s is te zien dat het blok bijna tot op de laatste vierkante meter is volgebouwd, maar aan de buitenkant vangt alleen de oplettende voorbijganger daar een glimp van op. Aan de Keizersgracht verspringt de nummering bijvoorbeeld van 334 naar 370. Achter de voordeur van 334 lag vroeger het hofje Liefde is het Fondament, met achttien woninkjes voor arme katholieke vrouwen. Begin vorige eeuw is het gesloopt en kwamen er vijf nep oud-Hollandse huisjes met trapgevels voor in de plaats, die nu in gebruik zijn als kantoor.

Een stukje verder aan de Keizersgracht ligt hotel The Dylan: loop door de lobby en je komt op de langgerekte binnenplaats van het oude weeshuis dat hier werd gebouwd toen de oude stadsschouwburg was afgefikt. Achter op de plaats geeft een klapdeur toegang tot een steeg die uitkomt op de Prinsengracht, vroeger werd via dit achterom brood verdeeld onder de armen, nu is het handig voor leveranciers.

Een paar deuren verder aan de Prinsengracht zit het hoofdkantoor van het hippe jeansmerk Denham. Oprichter Jason Denham koos vanuit Londen voor de denimhoofdstad van Europa en begon in 2008 aan de gracht een ontwerpstudio en een winkel, slechts gescheiden door een glazen deur, zodat klanten een blik in de keuken konden werpen, maar belangrijker nog: zodat hij kon zien wie zijn broeken kochten. Later huurde hij de andere verdiepingen erbij voor zijn internationale hoofdkantoor en opende om de hoek in de Runstraat nog vier extra winkels, hij beschouwt ze samen als ‘een warenhuis in boetiekvorm’. In totaal werken hier in een straal van 35 meter een zeventigtal mensen voor hem.

Transformatie is de rode draad van de grachtengordel: bijna alle panden zijn vernieuwd, en omgekeerd zitten in bijna alle panden nog zeventiende-eeuwse elementen. Maar belangrijker nog is dat de functie doorlopend werd aangepast aan de behoeftes van dat moment. In de jaren zestig van de vorige eeuw domineerde bijvoorbeeld de kantoorfunctie – op een kaart in het standaardwerk De grachten van Amsterdam is bijna de hele grachtengordel blauw gekleurd, de code voor kantoren. Dit was de tijd dat Sonneveld in De Amsterdamse grachten zong: ‘Nu zit een vreemde meneer in ’t kamertje voor / En ook die heerlijke zolder werd tot kantoor.’ Inmiddels is wonen weer dominant geworden, meer dan de helft van de vloeroppervlakte heeft een woonfunctie, slechts 13 procent in dit blok is kantoor.

Je zou verwachten dat deze eeuwenlange functieveranderingen uitgebreid in kaart zijn gebracht. Maar nee. Volgens publicist Fred Feddes ligt deze vraag in de Bermudadriehoek van het vele gespecialiseerde onderzoek dat plaatsvindt. Pieter Vlaardingerbroek, de specialist van Monumenten en Archeologie die de grachtengordel onder zijn hoede heeft: ‘We weten eigenlijk bijna niets van het gebruik van de panden. Zelfs niet hoeveel mensen er woonden, want alleen rijke hoofdbewoners kregen een belastingaanslag.’ Maar, relativeert hij: ‘Eigenlijk verandert er niks. Of het nu een woning is of een winkel, een hotel of een kantoor, het gaat altijd om verblijven. En blijkbaar is de verblijfskwaliteit hier zo hoog dat de grachtengordel altijd in trek is gebleven.’

Vanuit bouwkundig oogpunt heeft Vlaardingerbroek gelijk, maar de stad is meer dan een verzameling gebouwen alleen, het is juist de manier waarop we ze gebruiken die de stad tot stad maken. En dan is het opvallend dat een blok met zo’n hoge dichtheid als dat van Fleix Meritis – dat er eind achttiende eeuw radicaal in is geduwd door simpelweg wat panden te slopen – toch zo’n hoge levenskwaliteit heeft.

Dat de prijzen per vierkante meter hier de hoogste van de stad zijn, wijst er niet op dat het er zo beroerd toeven is. Blijkbaar zijn de diepe tuinen zoals bij de keurblokken – hoe prachtig ook – geen harde voorwaarde voor een hoge waardering. Zou dat eigenlijk mogen, de tuinen van de keurblokken verdichten? Vlaardingerbroek schrikt van de vraag: ‘Dat moet je helemaal niet willen.’ Misschien niet, maar mag het? ‘De tuinen hebben geen monumentenstatus. Wel staat in het bestemmingsplan dat de ruimtes open moet blijven.’ Maar bestemmingsplannen zijn geen wetten, de gemeente kan ze dus wijzigen.

Begin dit jaar lanceerde architect Donna van Milligen Bielke een radicaal plan voor de Felix Meritisbuurt: de achttien straatjes. Ze wil panden slopen en negen extra dwarsstraten maken om de groei binnen de grenzen van de binnenstad op te vangen. Zelf noemt ze het ‘een fictief plan met een serieuze ondertoon’. Zou het dan niet logischer zijn te kijken naar de tuinen van de keurblokken – er zijn er in totaal 27 – om de grachtengordel, met behoud van kwaliteit, te verdichten?

Rijk

Niet alleen de grachtengordel valt in de prijzen, in totaal 19 buurten horen volgens de gegevens van OIS tot het rijke deel van de binnenstad. Hier zijn de vierkante meterprijzen en het eigenwoningbezit het hoogst. In de jaren zestig van de vorige eeuw waren hier hoofdzakelijk kantoren, door de oprukkende woonfunctie wordt nu nog maar een kwart van het rijke deel zo gebruikt. Inmiddels mogen in de hele binnenstad kantoorpanden vanaf duizend vierkante meter niet meer worden omgebouwd tot woningen.

In het stuk duiken we dieper in een klein deel van de Felix Meritisbuurt, namelijk het blok waarin het pand van Felix Meritis zelf ligt.

binnenstad-rijk

Tijs van den Boomen

Het Parool, 29 oktober 2016

Meer berichten uit
Publicaties